De Basilisk

Op een dag was de herberg ‘In de Gebraden Gans’ aan de Oudegracht afgeladen vol. Aan bier geen gebrek. De werfkelder stond vol met vaten van Stichtse kwaliteit van de naastgelegen brouwerij. Het vat achter de tap raakte leeg en de waard stuurde zijn knecht Gijs de kelder in. Gijs kwam maar niet terug. De waard vroeg Toon om te gaan kijken waar hij bleef.

De waard had het zo druk, dat hij pas later merkte dat ook Toon niet terug kwam. Hij daalde zelf de kelder in. Snel daarna kwam hij, geschrokken en hevig zwetend, weer boven.

Ik zag Toon,… en ik zag Gijs stamelde hij. Stijf.. betoverd.. dood! Een aanwezige monnik verklaarde: Die stijfheid heeft maar één oorzaak. Er zit een basilisk in de kelder. Niets is tegen dat duivelsgedrocht opgewassen. Met zijn dodelijke blik verandert hij je in steen.

Het is veelal een oude haan, die een ei zonder dooier legt. Als het wordt uitgebroed door een slang, komt er een gedrocht uit. Een draak; half een hoen, half een slang. Dit ondier verdraagt geen daglicht en verbergt zich op donkere plekken. Niemand kan het doden. Maar meestal krijg je ook niet de kans en word je gedood door zijn vuurschietende ogen.

De werfkelder werd afgesloten en de monnik begaf zich naar de bisschop. Die loofde een som geld uit uit voor wie de draak wist te verslaan. Al snel meldde zich een jongen die de basilisk wilde verslaan. Meteen ging hij, ongewapend, naar de herberg.

Bind mij een blinddoek voor zei hij, toen hij voor de kelder stond. Tastend liep hij de trap af. Beneden zocht hij aarzelend zijn weg, tot hij de stank van de basilisk rook en hem sissend hoorde ademen. Onder zijn tuniek pakte hij snel een spiegel, die hij recht vooruit hield. Het monster kwam op hem af, richtte zijn dodelijke blik op hem en viel dood neer. De straling was door de spiegel teruggekaatst en had de basilisk zelf getroffen.

Opgewonden kwam de jongen terug. De basilisk is verslagen riep hij, terwijl hij triomfantelijk de spiegel omhoog hield. Enthousiast werd de jongen als een held door de stamgasten langs de gracht gevoerd. In ‘De Gebraden Gans’ was het die avond groot feest.

Bronnen:
Volksverhalen uit Utrecht en het Gooi, Willem de Blécourt, 1979
Beeldbank Het Utrechts Archief | Console “De Basilisk”, Oudegracht, van C. J. Groeneveld

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll Up