Biltse Kermis

In het begin van de vorige eeuw werd jaarlijks, traditiegetrouw op Pinkstermaandag, de Biltse kermis gehouden in de Biltstraat. Het was eigenlijk geen echte kermis, doch meer een grote feestelijke jaarmarkt. De talrijke kraampjes, stalletjes en karren stonden vanaf de Wittevrouwenbrug tot ter hoogte van de Bekkerstraat.

De Biltstraat zag er tussen 1900 en 1910 heel anders uit dan nu: De forse iepen, die na de Tweede Wereldoorlog zijn gerooid, gaven aan de toch voor die dagen brede straat een romantisch en dorpsachtig karakter. In de rijbaan lagen twee sporen van de paardentram van de Stichtse Tramway Maatschappij.

De Paardentram passeert de Biltse kermis

Temidden van de dichte mensenmenigte kwam van tijd tot tijd dan ook de paardentram voorbij. Het was de stadslijn naar de Willem Barendszstraat of de lijn naar De Bilt en Zeist, die – zoals gebruikelijk op Tweede Pinksterdag – helemaal vol was.

Op de markt was goed aan de kinderen gedacht. Er waren speelgoedkramen met poppen, trommels en trompetten en speelgoedballen. Tussen de speelgoedkramen stonden de snoepkramen met zuurstokken, nougat, zuigballen en allerlei suikerwerk.

Voor de ouderen stonden er tobben, met augurken, gesneden biet en komkommer in ’t zuur! Viskramen met de toen populaire scharretjes en de nodige verfrissingen. De mensen verdrongen zich voor de kraampjes met gekonfijte dadels die in grote kisten waren verpakt en in de volksmond ‘vijgedalen’ werden genoemd. In het wit geklede bakkers, met hoge bakkersmutsen op, liepen met grote metalen bakkersplaten waarop hoog opgetast de oliebollen lagen.

Wastobben vol augurken, biet en komkommers

Tussen dat bonte gedoe stonden enige Koppen van Jut opgesteld en een schiettent. Er was elk jaar de man met de “Stap op en laat je wegen”. Het geval bestond uit een weegschaal voor gewone ijzeren gewichten, hangend aan een driepoot. Als een heel dikke dame de stoute schoenen aantrok en op de weegschaal ging staan, was de attractie bijzonder groot. Tot hilariteit van de omstanders kwam de exploitant dan met griezelig grote gewichten aansjouwen.

Het bier en jenever vloeiden rijkelijk. Daarvoor kon men terecht in de talrijke kroegjes, die de Biltstraat toen nog rijk was. Later op de dag leidde dat tot minder prettige dronkenmanstaferelen.

Tegen de avond keerde de rust langzaam weer terug. Dan werden de kramen weer afgebroken en vond de Gemeentereiniging een Biltstraat terug, die bezaaid was met papieren, kapotte glazen, visgraten, stukken augurk en kapot kinderspeelgoed.

De paardentram kwam tingelend voorbij de lege kraampjes. Een paar rijtuigen reden met ratelende wielen door de straat, of wanneer het een landauer was met massieve rubberbanden klonk slechts het hoefgetrappel van de beide paarden. Wat wielrijders haastten zich huiswaarts en een enkele stoomfiets, zoals vroeger een motorfiets werd genoemd, pruttelde de straat uit. Alleen bij het naderen en voorbijrijden van een ‘automobiel’ bleven vele mensen staan en keken de ogen uit. Zo’n tuffende machine was in die dagen een vreemde verschijning, waar vrijwel iedereen nog aan moest wennen. Het werd uiteindelijk rustig en het zou weer een jaar duren voor de volgende Biltse kermis.

Een ‘automobiel’ passeert in de Biltstraat

Bronnen:
Utrechts Nieuwsblad – 1966  ‘Jaarlijkse Biltse kermis was bijzonder attractieve markt’ door J. Pohl
Het Utrechts Archief

Zo was Utrecht, Het dagelijks leven in Utrecht 1900 – 1920 /Jan Reeskamp / 1976

Foto’s: Beeldbank Het Utrechts Archief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll Up