Sprong van de Dom

Met een advertentie in de krant en bij bekkenslag van de Stadsomroeper was bekend gemaakt, dat op de 1e April 1825 een even stoutmoedig als vermaard luchtreiziger, met een valscherm gewapend, van de tweede omgang van de Domtoren zou afspringen.

Al vroeg op de morgen van die merkwaardige dag stroomden duizenden naar het Munsterkerkhof (nu Domplein), dat weldra niet meer te bereiken was. Op volle wagens, karren en schuiten kwamen boeren en buitenlui de rumoerige stad binnen. Geen raam en zoldervenster in de omtrek van de toren bleef onbezet; geen dak dat niet met kijkers was bezet. Ja, zelfs boven op de Domkerk, zat een deel van Utrecht’s eerwaarde Kerkenraad, om het stoute stuk door de waaghals te zien volbrengen.

Intussen werd door rappe handen een valbed van stro aan de voet van de toren uitgespreid. De weinige agenten hadden handen vol werk om de opdringende menigte buiten de afzetting te houden. Want het publiek werd ongeduldig.
Nu en dan vertoonden zich wel enige heren op de bewuste omgang van de toren. Zij voelden of de leuning stevig genoeg was en schatten, met een kennersblik naar beneden kijkend, de diepte van de sprong. Enkelen waagden zich zelfs op de balustrade, wat een duizendmaal herhaald: ‘Daar héij-um!’ van beneden ontlokte. Voorlopig bleef het bij deze voorpret.

Maar dan eindelijk, precies op het aangekondigde uur, verschijnt onder groot gejuich van het publiek de vliegkunstenaar. Door enige deftig gerokte heren wordt hij op de smalle balustrade getild. Een scherm van buitengewone afmeting, een soort van reusachtige vleermuisvleugel wordt boven zijn hoofd uitgespannen. En dan…. massaal stijgt er een juichkreet omhoog en…. ook gegil op het plein…. en statig, maar loodrecht naar beneden, daalt de roekeloze vleugelman en tuimelt met een doffe klap hals over kop op het strobed neer.

Eén ogenblik is het stil en dan stroomt het nieuwsgierige publiek in een grote golf naar voren, door de afzetting heen; bijna de agenten onder de voet lopend, om te zien hoe de waaghals er aan toe is. Maar hoe groot was de ontnuchtering bij de toeschouwers, toen zij in de draperie van het valscherm slechts het gebarsten overschot van een aangeklede strooien ledenpop, met een masker en een hoed op, zagen!

Natuurlijk maakte de lieve straatjeugd zich meteen van deze vogelman meester. Onder uitbundig gejuich werd de stroman het plein rond gedragen en uiteindelijk tot op zijn ziel uitgekleed.

En de mensenmenigte? Velen hadden te laat bemerkt dat dit evenement op de 1e April plaats had. En dat men door een troepje jolige studenten aardig bij de neus genomen was. De studenten echter besloten hun grap in de koffiekamer van de Domtoren te vieren door een hartige slok te drinken op de gezondheid van de gefopte burgers en buitenlui. Ze waren zo verstandig om daar voorlopig te blijven tot het morrende publiek beneden, stilletjes op huis aan was afgezakt.

Bronnen:
Utrecht, Historische wandelingen door H.J. Broers, 1909
Beeldbank Het Utrechts Archief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll Up