De Gulle Gever

Van oudsher stond de Schalkwijksteeg (sinds 1886 Schalkwijkstraat) in een kwade reuk, omdat hier het Leeuwenbergh-gasthuis voor pestlijders was.

Jan van Campen, een geestelijke, woonde in de Schalkwijksteeg. Naast zijn huis liet hij, op een braak liggend stuk grond, een aantal ‘cameren’ timmeren. Elk niet groter dan een kamer, met daarboven een zolder.

Hij overleed in 1574. Hij had zijn huis en kameren vermaakt aan de Regenten van het Leeuwenbergh-gasthuis. De Regenten wachtte echter een verrassing! Mechtelt, een dienstmaagd van de gulle gever kwam op de proppen met een ander blijk van Jan’s gulheid: een welgeschapen zoon van zes jaar. Zij vond dat haar zoon tekort gedaan was in zijn rechten en bracht haar eisen voor de rechter. Zij eiste dat achterstallig loon, kraamkosten en de luiermand alsnog vergoed werden. Het gerecht van Utrecht wees deze eisen toe…!

Uit de processtukken bleek dat Jan van Campen boete had willen doen door het gasthuis zijn bezit te schenken. De executeurs van het testament tekenden beroep aan tegen de uitspraak. De liquidatie van de boedel liet op zich wachten. Het woonhuis en de 14 kamers bleven vijf jaar lang onbewoond. Pas in 1579 werd de erfenis aanvaard. Het werden vanaf dan allen vrijwoningen voor minderbedeelden.

In 1645 werd bij aanleg van de Nieuwe Kamp een deel gesloopt en vervangen. De huisjes werden intensief bewoond door veelal grote gezinnen. In 1822 werd door de Regenten een rigoureuze opruiming gehouden in de uitgewoonde en overbevolkte woningen en dit werd later nog een aantal malen herhaald. Waterleiding werd pas in 1889 aangelegd. Vanaf  1903 deden de Regenten pogingen om de huisjes te verkopen, eerst vijftig jaar later gelukte dit. Ze werden in 1953 eigendom van de gemeente Utrecht.

In de jaren vijftig en zestig waren de woningen lange tijd verwaarloosd en onbewoonbaar verklaard. Negen kameren bestaan nog, ze zijn in 1988 gerestaureerd en nu rijksmonument.

Het pesthuis Leeuwenbergh, gesticht door een legaat van Agnes van Leeuwenberch in 1567, werd in 1817 opgeheven en verviel aan de Verenigde Gods- en Gasthuizen. In 1846 werd het een chemisch laboratorium, waar de bekende professor Mulder de scepter zwaaide. De Nederlandse Protestantenbond nam het in 1930 het als kerkgebouw in gebruik. In 2004 werd het gebouw eigendom van de Stichting Vrienden van Leeuwenbergh en is nu in gebruik als concertzaal.

Bron: Utrechtsch Nieuwsblad – Juni 1956, rubriek ‘Rondom de Gesloten Steen’
Foto: Het Utrechts Archief – Vrijwoningen Schalkwijkstraat in 1927

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll Up