Haan op Nicolaitoren

In 1787 toen de stad zich opmaakte om de Pruisen weerstand te bieden, stond er nabij de Nicolaïkerk, herberg ‘de Doelen’, waar veel schutters kwamen. Naast Utrechters kwamen er ook jagers uit het Duitse Salm.

De jagers uit Salm hadden het hoogste woord. Zij pochten de beste schutters te zijn. Op een dag beweerden zij,  dat geen Utrechter de haan op de Nicolaïtoren met een geweer kon raken.

Kastelein Ten Hagen van ‘de Doelen’, sergeant bij het korps Utrechtse buksjagers, sloot een weddenschap af, dat hij de haan beter zou raken dan de Salmse jagers. Een Salmse scherpschutter schoot eerst en trof, onder gejuich van zijn mede-jagers, de haan in de staart.

Maar de kastelein zei: “Door een schot in de staart is de haan nog niet dood”. Ten Hagen schoot: en met een welgemikt schot trof de kogel de haan in de hals. Waarmee hij bewees dat ook Utrechters wel mans waren. De Salmse jagers dropen af.

Omstreeks 1840 waren de uitgeroeste gaten in de torenhaan nog zichtbaar…

Bron: Maandblad van Oud-Utrecht, 1930

NB:
Een volksverhaal uit overlevering. In werkelijkheid voerde de Franse Rijngraaf Van Salm in 1787 het bevel over de verdediging van de stad Utrecht. (Hij was ook kolonel van een korps Gelderse Jagers). Bij de nadering van het Pruisische leger gaf Van Salm de stad op zonder slag of stoot. Hij kreeg zware kritiek te verduren en werd een “snoeverige leegloper” genoemd.
(Bron: Wikipedia)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll Up