Het Spookhuis

Om een groot monumentaal woonhuis, met grijze gevelstenen, op de hoek van de Kromme Nieuwegracht (links) en de Pieterstraat hing jarenlang een mysterieuze sfeer. Buren en voorbijgangers was het opgevallen, dat er vanaf rond 1890 geen enkele bedrijvigheid meer was te bespeuren in het gemeubileerde huis. De luiken bleven potdicht en de voordeur ging niet meer open. Achter de muur langs de gracht, de tuin met zijn donkere bomen, blies op gure herfstavonden de wind een naargeestig lied. Op de foto het huis in 1929.

Het huis behoorde toe aan de familie Van Hall en werd laatstelijk bewoond door mr. Van Hall. Hij was bekend als grootaandeelhouder van het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. Omdat niemand zich meer kon herinneren er ooit een sterveling te hebben zien binnengaan, kreeg het alras de naam van ‘Het Spookhuis’.

In 1929 overleed eigenaar van Hall en wordt het huis verkocht. Het pand was bijna veertig jaar onbewoond geweest. De vreemdste geruchten en de wildste verhalen deden inmiddels over het huis en zijn eigenaar de ronde.

Na zijn overlijden werd ook meer duidelijk over deze ‘verdwenen’ eigenaar. In 1893 kreeg de excentrieke Amsterdamse investeerder Floris Adriaan van Hall een meerderheidsbelang in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. In dat jaar was zijn vrouw overleden, waarna hij zelf in het Paleis ging wonen. In de loop der jaren werd Van Hall omringd door louche figuren die hem steeds geld afhandig wisten te maken. Van Hall moest elders geld lenen en gedroeg zich steeds excentrieker. Hij had een eigen loge in het Paleis. Daar zat hij vaak, een broodmager figuur, gehuld in een wollen kamerjapon. In 1929 overleed de sterk verzwakte grootaandeelhouder aldaar.

Besloten werd om ‘het spookhuis’ af te breken. Toen de voordeur door een aannemer eindelijk werd opengemaakt liepen omstanders op de stoep te hoop om de onthulling van de geheimen en spoken mee te maken. Dat bleek uiteindelijk wel mee te vallen.

Inderdaad deed men wel een aantal merkwaardige ontdekkingen in het huis. Waarvoor diende onder de tuinkamer een gemetselde waterput van ongeveer twee en een halve meter diepte? Men trof een lege kluis aan, die met een gigantische kluisdeur (zie foto) was afgesloten en naar één van de talrijke kelders onder het huis leidde, grenzend aan het water van de Kromme Nieuwegracht. Op de meest vreemdsoortige plaatsen werden gaskranen; zelfs een lopende waterkraan (!) en in een der kelders zelfs een groot fornuis ontdekt.

Een typische inrichting van het pand is mogelijk verklaarbaar, doordat het op oude fundamenten was gebouwd. Zoals de keldergewelven die dateerden uit de 13e eeuw. Maar verklaarbaar of niet, het oude grijze huis bleef men zich, ook na de sloop, nog lang herinneren als ‘Het Spookhuis’.

Op de plek van het woonhuis en de uitgestrekte tuin langs de Kromme Nieuwegracht komen later negen herenhuizen.

Bronnen:
Beeldbank Het Utrechts Archief en Nationaal Archief
Utrechtsch Nieuwsblad, 1954. Rubriek ‘De Gesloten Steen’ van DAANTJE
Het dramatische einde van het Paleis voor Volksvlijt | De Bibliotheek. digitaleetalages.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll Up