Spoken in Wittevrouwen

Aan de Wittevrouwenkade stond eens het middeleeuwse klooster van de Norbertinessen, die wegens de kleur van hun habijt ‘Witte Vrouwen’ werden genoemd. Het klooster met de woning der abdis, kerk, bijgebouwen en hof lag tussen de Wittevrouwenkade, Wittevrouwenstraat en Ridderschapstraat. Het Wittevrouwenklooster werd in 1678 gesloopt. Vanaf 1829 stond aan de Wittevrouwenkade de Willemskazerne, die in 1877 afbrandde. Hier kwam in 1882 de Gemeentelijke Hogere Burgerschool voor meisjes.

Toen de H.B.S. was geopend begon het hier te spoken. Ja, echte spoken. Er zijn er, die ze gezien hebben. Het waren de ‘Witte Vrouwen’ die, na lange jaren, nachtelijke bezoeken brachten aan de plek waar eens hun abdij stond. Toen de Willemskazerne er nog stond, kwamen ze hier niet. Ze werden toen vermoedelijk afgeschrikt door de vloekende militairen.

Als van alle stadstorens de laatste klokslagen van het middernachtelijk uur waren weggestorven, kwam uit de Lange Jufferstraat een lange rij juffers, in witte kledij gehuld, met witte kappen over het neergebogen hoofd en brandende waskaarsen in de hand. Onder het prevelen van gebeden schreden zij langzaam voort.

Op het voorplein van de H.B.S. gekomen, hieven allen het hoofd op, strekten de armen omhoog en slaakten een luide, smartelijke gil waardoor de kaarsen doofde. De gevangenen in het gevang op het naastgelegen Wolvenburg moeten er van opgeschrikt zijn.

Dan staken zij in het duister de hoofden ter beraadslaging bij elkaar. Het was of zij bekommerd waren over het lot der jongere zusters, die tot verderf werden geleid door de geleerdheid die hen door deze school werd bijgebracht. Daarna slaakten zij opnieuw een gil, nog hartverscheurender dan de eerste, en verdwenen één voor één door het sleutelgat de school in. Even later verschenen de witte gedaanten voor de hoge ramen, zuchtend hun kaarsen weer aansteken.

In een lange rij, met de brandende kaarsen in de hand, doorliepen zij biddend alle lokalen totdat zij de zoldertrap opvlogen, in processie over het dak wandelden en zich langs de gootpijp weer op de aarde lieten zakken. Hierop verdwenen zij weer stil, als ware er niets gebeurd, de Lange Jufferstraat in.

Meermalen moet de conciërge der school ‘s morgens kaarsvet in de lokalen hebben gevonden.

Uit: Vonken en Vlammen, nieuwe schetsen van een dagbladcorrespondent |
Isaac van Rennes (1844 – 1904), Verschenen in 1885 | Via Oud-Utrecht – december 1961
Foto: Beeldbank Het Utrechts Archief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll Up